ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Luthers gezegden

Zie ook Luther in Thüringen

 

De theologie van Luther is de theologie van het kruis.

 

Daarom verzette hij zich heftig tegen de rationaliteit en de moraliteit van de middeleeuwse scholastiek.

 

In de theologie moet niet alleen de gekruisigde Christus het middelpunt van ons geloof zijn, maar ook het kruisdragen achter de Christus aan omdat ons geloof altijd een aangevochten geloof is.

 

Luther was ook de theoloog van de paradoxen.

 

Hij zei bijvoorbeeld als Christus ons levend maakt, dan doodt Hij ons.

Als Hij ons opricht, drukt Hij ons neer. Hij bedoelde daarmee, dat de nieuwe mens in Christus alleen kan verrijzen als de oude mens in ons afsterft.

 

Vlak voor zijn sterven vond men op zijn schrijftafel een klein briefje met de woorden : ‘Wir sind Bettler. Hoc est verum’

 

Het geloof is onze trouwring, die ons aan Christus verbindt

 

Ik ben arm. U bent rijk. U bent gekomen om u over armen te ontfermen.

 

Vale Domino! Zo eindigde Luther al zijn brieven.

 

Christus’ gerechtigheid is een geschonken gerechtigheid. Zij is geen eis meer, maar geschenk. Niet iets dat tegenover je staat, maar waar je deel aan hebt in het geloof

 

De Schrift is geen leeswoord, maar een leefwoord

 

De kerk is geen pen-huis, maar een mond-huis, want het evangelie is geen boek of geschrift, maar een nieuwsbericht dat ons aangezegd moet worden.

 

Wat de wei is voor het vee, het nest voor de vogel en de zee voor de vis, is de Schrift voor de gelovige ziel.

Als je een lelie en roos van Christus bent, dan is je wandel onder de distels, maar pas op dat je door ongeduld zelf een distel wordt

 

De liefde van God bemint slechte mensen om ze goed te maken en bemint zwakke mensen om ze sterk te maken

 

God is niet barmhartig geworden door het offer van Christus, maar Hij toont haar daarin

 

Christus heeft jouw zonden tot de zijne gemaakt en Hij heeft ook zijn gerechtigheid tot de jouwe gemaakt.

 

Zo zijn we zijn erfgenamen. Das ist ja en fröhlicher Tausch!

 

Juist als God zich openbaart, verbergt Hij zich in een gestalte die niet goddelijk lijkt.

 

Gods liefde vindt niet, maar schept wat ze liefheeft.

Ik ben te allen tijde bereid af te treden als de waarheid van het evangelie maar niet hoeft af te treden.

 

Wer nicht an Christus hängt, ist ein Knecht

 

Heiligen zijn geen patronen van ons. Ze kunnen ons niet beschermen

 

Het is onmogelijk dat zonden jou verdoemen. Ze liggen op Christus!

 

Christus en de ziel leven in gemeenschap van goederen. Christus bezit alle goede dingen. Die zijn nu eigendom van de ziel.En de ziel die de last van zonden met zich sleept, weet dat zij nu worden het eigendom van Christus.

Daar begint de vrolijke ruil.

De verborgen God kan alleen gekend worden door de geopenbaarde God in Jezus Christus

 

In het gebed verschijnen we voor de grote Majesteit en als we bidden praten we met de grote Majesteit.