ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Iconen

 

Accent op visuele 

In de Oosters-orthodoxe kerken wordt het visuele beklemtoond.

Dit is veroorzaakt door de invloed van het Griekse denken, in het bijzonder van Plato.

Men noemde de Grieken ‘het volk van het oog’. Zij vroegen zich af hoe het goddelijke zichtbaar gemaakt zou kunnen worden

Joden: auditief

De Joden zijn meer auditief ingesteld. Het goddelijke moet bij hen allereerst gehóórd worden. Het waren dan ook enkele Griéken die aan Filippus vroegen:” Wij zouden Jezus wel eens willen zien” Joh. 12 : 20).

In het Oosten kwam men allereerst in de kerk om het Evangelie te zien, zoals dit was afgebeeld op de beeldenwand, de zogeheten iconostasis. Die afbeeldingen worden iconen genoemd

Iconen zijn veel meer dan illustraties van het heil; zij zijn doorgeefluiken daarvan.

Zij zijn verschijningen van de hemelse werkelijkheid. Een prentenboek van het heil

Thabor

Wie met de Kerk de liturgie viert, staat met de Heer op de berg Thabor en wij zien zijn aangezicht, stralend als de zon.

Moderne theologen zijn altijd maar weer op zoek naar de historische Jezus. Zij hebben echter geen enkel zicht op de verheerlijkte Christus.

Het Thaborlicht moet in iedere icoon leven en door het oog heen het hart bereiken.

Iconen zijn verschijningsvormen van de hemelse werkelijkheid.

Een icoon is de voorstelling van een heilige in geschilderde vorm. Heiligen zijn mensen die vergoddelijkt zijn., deel gekregen hebben aan het goddelijke.

In de Grieks-orthodoxe kerk wordt ook een beroep gedaan op de zintuigen, de reuk en tastzin. Smaakt en ziet dat de HERE goed is.

Perspectivisch vluchtpunt

Het markante van de icoon is, dat het perspectivisch vluchtpunt zich niet bevindt in een denkbeeldige diepte van het beeld, maar daarvóór, dat wil zeggen het gaat om de toeschouwer zelf

Deze behoefte om het heil met eigen ogen te aanschouwen is zeer menselijk. We begrijpen dan ook de bekende vraag van sommige Grieken aan Filippus: Wij zouden Jezus wel eens willen zien.

Uitgerekend aan Filippus stelden zij die vraag omdat Filippus, afkomstig uit Betsaïda ook Grieks sprak.