ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Gnostiek en Jezus

Niet ware geloof , maar ware kennis 

 Volgens de gnostiek moet de  mens de geheime, ware kennis verwerven die nodig is  voor zijn geestelijke verlossing.

Hij heeft de ware zelfkennis nodig.

Wie die zelfkennis heeft, wordt volgens het evangelie van Thomas door God gekend en aangenomen.

Het gaat in de gnostiek niet om het ware geloof, maar om de ware kennis(gnosis).

Wat betekent voor de gnostici het sterven en de opstanding van Jezus?
Wat is de betekenis van het lijden en sterven, de opstanding en de verhoging van Jezus  voor de gnostiek? Die hebben eigenlijk geen enkele betekenis.

Ze zijn in ieder geval niet essentieel voor de mens zoals ons geleerd is in de Bijbel.

Zowel in het evangelie van Thomas als in het evangelie van Judas wordt de verzoening door het offer van Christus' sterven en de verlossing door  zijn opstanding genegeerd, afgewezen, of zelfs bestreden. 

Volgens de gnostiek moet de  mens de geheime, ware kennis verwerven die nodig is  voor zijn geestelijke verlossing. Hij heeft de ware zelfkennis nodig.

Judas’ evangelie

 


Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk in het evangelie van Judas.

Judas heeft scherpe kritiek op de visie op het martelaarschap in zijn tijd, de tweede eeuw.

Martelaren rekenden er namelijk  op, dat als zij zouden sterven voor hun geloof in Jezus' dood en opstanding, vergeving van zonden zouden ontvangen  en rechtstreeks in de  hemel zouden worden opgenomen.

Vanaf het aller-vroegste begin van de christenheid geloofden de christenen dat hun behoud en toekomst verankerd lagen in de verzoenende en verlossende betekenis van Jezus' sterven en verrijzenis.

De duiding van Jezus' dood in de betekenis van de vergeving der zonden was al gemeengoed van de christenen vóór het optreden van  Paulus. Deze apostel heeft weliswaar uitvoerig geschreven over deze materie, maar hij heeft het niet zelf bedacht of ontworpen.

Paulus evangelie

 Paulus schrijft dat hij zelf bij overlevering van de eerste joodse christenen heeft ontvangen dat Christus voor onze zonden is gestorven.  (1 Kor. 15:30). Al ruim een eeuw vóór dat de eerste gnostici op het toneel verschenen, was het al een communis opinio dat Jezus voor onze zonden was gestorven. Als hij de brief aan de Korintiërs schrijft, hoeft hij ook geen uitvoerige toelichting te geven.

Hij hoeft niet toe te lichten hoe dit mogelijk is. 'De boodschap van het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die gered worden is het de kracht van God.

In dezelfde brief schrijft hij twee keer dat zijn lezers zijn 'vrijgekocht en betaald'. (6:20,7,22).

 De moderne mens van onze tijd zou met zijn oren  staan te klapperen. Maar de Korintiërs begrepen direct wat Paulus bedoelde, namelijk dat Christus voor hen is gestorven en hen zo met zijn dood voor God heeft gekocht. Hij veronderstelt dat de gemeente dit beeld begrijpt. Paulus licht het daarom niet meer toe.

 Dat hij in 1 Kor. 15:3 citeert dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, betekent dat de eerste christenen in het Oude Testament allerlei profetieën hadden gevonden van Jezus' dood. Bijvoorbeeld  in het paaslam, wiens bloed gestreken werd aan de deurposten van de huizen van het volk Israël.

 De profetieën van de lijdende Knecht van de HEER uit Jesaja 53. Hij werd overgeleverd vanwege hun overtredingen. Daar

om begrepen de Romeinen Paulus ook onmiddellijk toen hij schreef dat Christus is overgeleverd vanwege onze overtredingen en opgewekt ter wille van onze rechtvaardiging (Rom.4:25). De gnostici moesten hier niets van hebben. Onder invloed van Plato en het Griekse denken verafschuwden ze deze boodschap en wilden ze een ander evangelie hier tegenover stellen.

 In de evangeliën van Thomas en Judas gaat het inderdaad om een ander evangelie.